Door Frans Vlaanderen en langs de Noordkust van Frankrijk

Gebruikersavatar
Yohani
LROCB-Member
Berichten: 896
Lid geworden op: za 13 mar, 2004 14:15
lrocb_lidnr: 64
Woonplaats: Putte (Mechelen)
Contacteer:

Door Frans Vlaanderen en langs de Noordkust van Frankrijk

Ongelezen bericht door Yohani » za 22 sep, 2018 16:08

In Flanders Fields van Frans Vlaanderen en langs de Noordkust van Frankrijk

Woensdag 15 Augustus

Van de feestdag van 15 augustus gebruik gemaakt om er een keer een lang weekend op uit te trekken met de camper, de eerste keer dit jaar, gezien de reis in Juni naar Bolivië ging en de camper dus op stal bleef. Bovendien moest ik het zelfbouwtreffen aan me laten voorbijgaan omdat we nog niet klaar waren met de aanpassingen van de camper, waaronder de vervanging van de lekke drinkwatertank. Het wordt dus ineens ook een testrit. Vorig weekend de camper van binnen nog eerst gekuist en dan dinsdagavond alles voor het weekend ingeladen. Ik doe het rustig aan en vertrek maar rond 11u in de voormiddag. Bedoeling is een lus te maken in Noord Frankrijk in grote trekken, via Lille over Arras en Amiens naar de kust en zo langs St. Valerie-sur-Somme naar Boulogne-sur-Mer en uiteindelijk Calais om dan weer huiswaarts te keren. Ik heb me het voor dit tussendoortje gemakkelijk gemaakt en twee routes uit de Lonely Planet reisgids, de mooiste routes van Frankrijk, geplukt en met elkaar verbonden. Het thema van die routes is vooral WW I en deels WW II.

Afbeelding

Even na de middag kom ik aan in Lille of Rijsel zoals de Nederlandstaligen het kennen. Ik zie zo direct geen tekenen van LEZ zones en kan tot in het centrum rijden met mijn Euro 0 camper. Bovendien is het een feestdag, lekker rustig op de weg en in de stad en is het parkeren gratis. De schuin op de weg staande parkeerplaatsen zijn erg kort, maar dankzij mijn vrij korte camper en oversteek lukt het toch. Ik sta op enkel meters van het Place de la République , juist naast het indrukwekkende gebouw van de Préfecture de Région, het lijkt wel een paleis! Ook het Paleis des Beaux-Arts is een kanjer, maar staat jammer genoeg deels in de stellingen voor renovatiewerken. Ook enkele van de andere gebouwen rond het plein zijn architecturale juweeltjes. Voor de lunch kies ik een snackbar met de naam L’Anatolie, een Turks restaurantje waar ik een kipschoteltje bestel. Vervolgens wandel ik naar het verderop gelegen Théâtre Sébastopol en langs de Match supermarkt die in een oude overdekte markt gehuisvest is. Van de Eglise du Sacré-Coeur is alleen het voorportaal en de torens zichtbaar tussen de andere gebouwen, maar wat ontbreekt aan volume maakt het meer dan goed aan pompeusheid. Doordat je het schip niet ziet lijkt het een rank en slank gebouw met een overdaad aan tierlantijntjes. Het Paleis Rameau is dan weer heel wat volumineuzer, doch is langzaam aan het vervallen, het mooiste deel ervan is de enorme ronde orangerie aan het einde van het gebouw.

Afbeelding

Verder maar weer, naar een groener stukje van Lille, de Jardin Vauban aan het Canal de la Haute-Deùle dat het scheidt van de Citadel de Lille. Een vesting in de vorm van een dubbele vijfpuntige ster waarvoor Vauban wereldwijd bekend is. De Citadel is jammer genoeg alleen te bezoeken mits voorafgaande reservering bij de toeristische dienst van de stad en wordt nog steeds gebruikt door een afdeling van het Franse leger, namelijk de Rapid Respons eenheid die ingezet worden bij hoogdringendheid, aanslagen, natuurrampen en dergelijke. Een enorme speeltuin trekt op deze feestdag massa’s families met kinderen, met gekende deuntjes van Disney op de achtergrond, vat ik de 1,86km lange wandeling rond de vesting aan. Het wandelpad, Voie des Combattants genoemd ter ere van alle gesneuvelde Franse soldaten in alle conflicten, loopt tussen de beide vestingmuren in van de ster in de ster. Eens zou dit volledig gevuld geweest zijn met water, nu is dat gereduceerd tot een kleine slotgracht vol met eendenkroos, en treurwilgen en wilde bloemen langs de oevers. Zoals reeds gezegd, is de toegang tot de citadel zelf erg beperkt en dus kan ik van de gebouwen daarbinnen alleen een klein stukje zien door enkele spleten in de Porte Royale, de hoofdingang die via een brug bereikbaar is. Het gelijknamige park rond de vesting heeft dezelfde naam en wordt volledig omsloten door het canal de la Deùle, dat de meest effectieve bescherming voor de vesting was. In het park wordt er gepicknickt, gespeeld of gewoon gezonnebaad. Ook joggers, skateborders, steppers, fietsers en hondenuitlaters zijn er talrijk aanwezig. Wanneer de vrolijke Disneydeuntjes weer opduiken, weet ik dat ik rond ben, en inderdaad verschijnt al gauw de speeltuin, de zoo en het ijskraampje waar ik voor de wandeling even langs ging in het zicht.
Nu rest me er nog de wandeling langs de Boulevard de la Liberté, terug naar de camper. Eén van de zijstraten geeft een glimp van de gebouwen aan de Grand Place en ik besluit van met de camper een eindje die richting uit te rijden om ook die te verkennen. De vrije parkeerplaatsen zijn hier een stuk schaarser, maar ik heb geluk want er rijdt juist een auto weg en dus sta ik op een 100-tal meter van de grote markt. Mijn camper heeft hier ook meer bekijks en er wordt druk naar gewezen en gekeken. De ganse blok rond de Grand Place bestaat uit prachtig gebouwen, met imponerende gevels die rijkelijk versierd zijn. De terrasjes hebben goed te doen op deze vrije zomerdag. In een door arcades omringde binnenplaats is er een kleine rommelmarkt van boeken, stripverhalen en stripfiguurtjes aan de gang. In de straten zie ik enkele straatartiesten bezig die schilderijtjes van de omgeving of karikaturen van de toeristen maken. Ik keer stilletjes terug richting camper langs een kerk die half vernield is geweest tijdens de oorlog en nu geïncarneerd is als oorlogsmonument ter nagedachtenis aan de gesneuvelden.

Afbeelding

Ik vind de camper, zoals verwacht, in dezelfde staat terug als ik hem achterliet, en kijk nog even op Campercontact na welke overnachtingsplaatsen er hier in de buurt te vinden zijn. Dat blijkt de Camping Municipal Le Verte Feuillage in Herlies te zijn op een goede 17km. Dat wordt dus mijn volgende bestemming. Een 20 minuutjes later sta ik voor de slagboom van de camping, enkele spelende kinderen wijzen me erop dat je een nummer moet bellen omdat de receptie al gesloten is en 5 minuutjes later is er iemand om me in te checken. Daarmee zit de eerste dag er bijna op, nog wat te eten opwarmen voor het diner en dan ben ik wel klaar voor vandaag.

Donderdag 16 augustus

Afbeelding

Rustig aan vanmorgen en dus vertrek ik pas rond 10u. Eerste bestemming is Fromelles, waar in de 2e WO de Australiërs en de Britten een loopgravenoorlog tegen de Duitsers uitvochten. Tot in 1916 de aanval op de Duitse stellingen werd ingezet om te voorkomen dat het Duitse leger van hieruit de soldaten in de vallei van de Somme zou bevoorraden in wat later bekend zou worden als de Slag van de Somme. Ironisch genoeg werd die laatste één van de beruchtste veldslagen, maar werd de Slag om Fromelles eigenlijk al snel helemaal vergeten. Tot in 2008 door vernieuwde belangstelling voor de gesneuvelde Australische soldaten in Down Under opwakkerde en er uit documenten van de Duitse legerarchieven een preciezere aanduiding van het massagraf van een deel van de soldaten kon worden gedistilleerd. Aan de rand van het Fazantenbos werden uiteindelijk de stoffelijke resten van 250 mannen gevonden, netjes apart naast elkaar begraven door de Duitse strijdkrachten. Omdat het de gewoonte was om van de gesneuvelde soldaten het naamplaatje te verwijderen om over te maken aan de familie, konden ze echter niet geïdentificeerd worden, en zou het nog tot 2014 duren tot een deel van hen door DNA analyse en een grootscheepse mediacampagne in Australië toch een naam kregen. Ze werden allen in een nieuw aangelegd oorlogskerkhof te rusten gelegd, aan de rand van het dorpje Fromelles dat daarmee ook het laatst opgerichte kerkhof van WO 1.

Afbeelding

Er naast werd een klein museumpje ingericht met uitleg over de tragedie waarbij in één dag 1917 Australische en 519 Britse soldaten sneuvelden, en de hele operatie een fiasco werd. De Duitser waren namelijk op de hoogte van de nakende aanval en het artillerievuur dat eraan voorafging, slaagde er niet in van de Duitse mitrailleursnesten lam te leggen. Het gevolg was dan ook dat de soldaten bij bosjes sneuvelden onder een spervuur van kogels in de 400m open niemandsland tussen beide loopgravenstelsels. En de zeldzame compagnies die er toch in slaagden de Duitse linies te bereiken werden al gauw omsingeld en moesten zich al vechtend een weg terugbanen naar de eigen stellingen. Vele doden en zwaargewonden bleven daarbij op het slagveld achter. Enkele moedige soldaten slaagden er nog in van enige gewonden makkers, met gevaar voor eigen lijf en leden uit het niemandsland te repatriëren, voor de achterblijvers wachtte er een vreselijke doodstrijd. Naast heel wat persoonlijke en militaire spulletjes die bij de opgravingen en elders ten velde in de regio werden gevonden, zijn er in het museum ook heel wat filmpjes over het gebeuren en enkele levensgrote diorama’s te zien. Voorts worden met foto’s en tekst de biografieën van een tiental geïdentificeerde soldaten beschreven.

Van hieruit gaat het dan naar Neuville Saint-Vaas met onderweg nog enkele oorlogskerkhoven zoals dat van VC Corner, waar ik ook nog even stop. In het voornoemde dorpje gaat het dan richting Notre-Dame de Lorette, een reusachtig oorlogskerkhof, met kruisjes in plaats van grafstenen, wederom velen zonder naam. In het midden van het kerkhof staat een monument in de vorm van een lichttoren met binnen één van verscheidene tombes waarin de stoffelijke resten van nog eens duizenden onbekende gesneuvelde soldaten verzameld zijn. Ook in de catacombe van de toren een aantal doodskisten met telkens een gesneuvelde uit de verschillende conflicten van de voorbije eeuw. En één klein kistje met de as van een slachtoffer van de concentratiekampen van WO 2. Zo vertelt een Franse oudstrijder me. Zowel op het kerkhof, als in het monument lopen er enkele veteranen rond die informeren van welke landen de bezoekers afkomstig zijn en desgevraagd ook bijkomende informatie geven.

Afbeelding

Tegenover het kerkhof ligt dan de Anneau de la Mémoire, de herinneringsring, een monument in cirkelvorm waarop op de panelen die de ring vormen de 580.000 namen van de slachtoffers in alfabetische volgorde, zonder onderscheid van land van herkomst, of toenmalige vriend of vijand vermeld staan. Een ontnuchterende gedachte. Ook bij de site een museumpje waarin loopgraven gereconstrueerd zijn met daarin levensechte diorama’s met bijhorende geluidsbanden, een massa kostuums en gebruiksvoorwerpen, allen origineel. Buiten zijn er dan nog enkele originele loopgraven en granaatwerpers, prikkeldraadversperringen, delen van kanonnen en andere oorlogsattributen. Hier krijg je pas echt een zicht op de omstandigheden waarin de soldaten moesten overleven.

Afbeelding

Enkele kilometers verderop is dan het Vimy monument te vinden, een Canadees monument in de vorm van twee massieve torens met enkele standbeeldgroepen die eruit gekerfd zijn. Een erg indrukwekkend monument, voor de gesneuvelde Canadese soldaten, deze keer met een meer succesvol verloop dan in Fromelles, doch eveneens met zware verliezen. Het door Frankrijk aan Canada afgestane grondgebied, is pokdalig van de bomkraters en inslagkraters van granaten. Het open veld is heden ten dage ingepalmd door bossen, doch de krater zijn nog steeds goed zichtbaar en het bos is afgespannen met schrikdraad omdat er zich nog steeds onontplofte ammunitie in de grond bevind (en ontegensprekelijk ook nog stoffelijke resten van vermiste soldaten). In de bossen ook 2 Canadese begraafplaatsen, net als alle andere minutieus onderhouden, door de speciaal hiervoor opgerichte diensten van de specifieke landen, die hiervoor zelfs eigen personeel in Frankrijk hebben. Hier zie je geen papiertje rondzwerven, geen blikje of flesje, geen spatje graffiti, zelfs geen sprietje onkruid dat de kort gehouden gazon tussen de graven ontsierd.

Afbeelding

Heeft Frankrijk de voormalige slagvelden na de oorlog zo snel mogelijk weer naar landbouwgrond omgezet (waar tot op heden bij het ploegen nog memorabilia opgehaald worden (zowel onschuldige voorwerpen als ammunitie of stoffelijke resten), Canada heeft er voor geopteerd het slagveld zoveel mogelijk in ere te houden, zoals het erbij lag ten tijde van het einde van den grote oorlog. De loopgrachten zijn weliswaar gereconstrueerd met betonnen “zandzakjes” teneinde ze wat bestendiger te maken, doch geeft de wirwar van loopgraven tussen de talrijke inslagkraters ook hier weer een levendig beeld van het toenmalige slagveld. Elk van deze historische plaatsen werd door Frankrijk aan de betrokken landen geschonken, als herdenkingsplaats voor de gesneuvelden, en wordt als dusdanig ook door die verschillende landen beheerd. Zo bestaat de staf van het Visitor Educational Centre hier bijvoorbeeld uit tweetalige Canadese studenten.

Afbeeldingupload a jpg

Ik nader nu de stad Arras (Atrecht in het Vlaams) en had nog graag de Carrière Wellington bezocht, doch wanneer ik daar aankom, is de laatste bezoekersronde al voorbij. De volgende is pas om 10u30 morgen voormiddag en gezien dit een uur duurt is dat te laat voor mij. Deze oude ondergrondse steengroeve werd tijdens de eerste WO door Nieuw-Zeelandse troepen verder uitgegraven om keukens, verblijven voor een paar duizend troepen en een hospitaal te herbergen, ook dit alles ondergronds uiteraard. Dan maar verder naar de stad Arras zelf waar ik de camper op de plaatselijke camperparking in de stad achter laat en de 500m naar het stadscentrum te voet afleg. Eens op de Grand Place is het duidelijk dat ik gerust met de camper tot hier had kunnen rijden, want het plein draagt met recht zijn naam, en is één grote parkeerplaats. De huizen rondom zijn prachtig, allen in dezelfde stijl met eenzelfde gevelpunt waarbij alleen de kleur een beetje verschilt en die de Vlaamse stijl wordt genoemd. Het aangrenzende Place des Héros, of Petit Place is inderdaad kleiner, of eerder minder reusachtig eigenlijk, en daardoor ook veel pittoresker al zullen de talrijk aanwezige terrasjes daar ook wel aan toedragen. Doordat het autovrij is hebben de voetgangers eer ook vrij spel, wat vooral voor de kinderen erg aantrekkelijk is. De huizen hebben hier nog steeds diezelfde Vlaamse stijl, maar één zijde van het plein wordt volledig in beslag genomen door de kerk die eigenaardig genoeg dwars op het plein georiënteerd staat, waardoor men eigenlijk op de zijwand aankijkt. Omdat Arras, zoals de meeste steden en dorpen hier in de regio, platgebombardeerd werd in de eerste WO, dateren de gebouwen allen van rond de jaren ’20.

Afbeelding

Ik twijfel even om mijn voeten onder tafel te steken op één van die aanlokkelijke gezellige terrasjes, doch aangezien ik de betonnen camperparking echter een stuk minder gezellig vind, opteer ik er toch voor 11km verderop in Boiry-Notre-Dame op de Camping La Paille Haute te overnachten. De ontvangst op de receptie is nogal vreemd omdat de receptioniste met verschillende zaken tegelijkertijd bezig is en enkele seconden nadat ik betaald heb, zich niet meer herinnerd dat ik al betaald heb. Ik kan haar echter overtuigen dat dit wel degelijk al gebeurt is en even later wordt ik op de camping hartelijk verwelkomt door een Nederlandse familie met pick-up met afzetunit, die mijn camper erg leuk vinden. Na een praatje met hen trek ik naar het restaurant waar ik een steak friet een ijscoupe en een Baileys achterover sla. Rond middernacht barst er dan een hevig onweer los boven de camping, dat zo tekeer gaat dat ik het koepeltje boven het bed dicht doe en dat in de badkamer op zijn laagste stand zet. De stevige regenbui gaat gepaard met hevige windvlagen en wat licht en geluidspel in de vorm van bliksem en donder.

Vrijdag 17 augustus

Afbeelding

Na het onweer van vannacht is het flink opgeklaard vanmorgen en rand de zon als vanouds. Ik zit een stuk achter op mijn planning en moet dus kijken wat ik vandaag ga doen. Ik besluit van pas na het bezoek aan Thiepval te bekijken wat er mogelijk is, ik wil sowieso vanavond in Le Crotoy aankomen zodat ik morgen nog de hele dag heb voor de Côte d’Opal. Op weg naar Beaumont-Hamel kom ik nog talrijke militaire kerkhoven tegen, soms kleintjes, maar evengoed enkele grotere. Niet moeilijk als je weet dat er meer dan een half miljoen soldaten gesneuveld zijn. Ik stop enkel bij de wat grotere War cemetery’s, op de infoborden steeds weer het verhaal van goede of mindergoed geslaagde veldslagen, doch in beide gevallen met grote aantallen doden zoals de dodenakkers hier bewijzen. Ik gebruik opzettelijk het synoniem “dodenakkers” want in dit deze lappendeken van landbouwvelden vol met graan, hooi en maïs zijn de rechthoekige kerkhoven gewoon een ironische variant op de akkers met gewassen. Nieuw leven en de dood zo dicht bij elkaar. Eén wat kleiner kerkhofje is speciaal in die zin dat, ondanks dat het een militair kerkhof betreft, er geen soldaten begraven liggen, maar Chinese en Indiase arbeiders. Deze werden gerekruteerd omdat naarmate de oorlog vorderde en er meer een meer slachtoffers veilen, alle soldaten nodig waren in gevechtsposities. Ze werden gelokt door de goedbetaalde jobs en kwamen vooral uit de armere regio’s van de respectievelijke landen.

Afbeelding

Mijn eigenlijke doel voor deze voormiddag is het Newfoundland Mémorial, Terre Neuve in het Frans, naar het regiment soldaten uit de gelijknamige provincie in Oost-Canada. Omdat het aantal soldaten te klein was om een eigen regiment te vormen werd besloten van ze aan een Britse bataljon toe te voegen, doch daar gingen de trotse Newfoundlanders niet meer akkoord en dus werden er in de Canadese provincie vrijwilligers opgeroepen om toch een voltallig regiment te kunnen vormen. Zo gebeurde het en werd dit bataljon ingezet om hier de Duitse bezetters weerwerk te bieden. Nagenoeg het volledige regiment zou omkomen bij de bestormingen van de Duitse linies die goed verschanst zaten in hun loopgraven en verzekerd waren van een goede bevoorrading via de Y-canyon achter hun stellingen. Daardoor konden ongezien voor de geallieerden wapens, voedsel en manschappen aangevoerd worden. De heuvel is grotendeels behouden gebleven zoals die er tijdens het offensief bijlag, met uitzondering van de Newfoundlandse bomen die er werden aangeplant. Op de helling zijn nog duidelijk de loopgraven van de Canadese stellingen te zien, net als de bomkraters, met in het niemandsland een kerkhof met de inmiddels zo herkenbare grafstenen, met daarachter weer de Duitse loopgraven en de veelbesproken canyon. Ook hier weer waarschuwingen om niet in het bos achter het kerkhof rond te waren, wegens mogelijke niet ontplofte ammunitie. Ik kwam op mijn reizen al in heel wat landen waar er gewaarschuwd werd voor mijnenvelden, maar het doet toch wel raar om zoiets gelijkaardigs zo dicht bij huis te vinden.

Afbeelding

Op de wandeling rond het slagveld kom ik bij een monument voor Schotse soldaten, en even verder de bijbehorende kerkhoven. Deze zijn echter niet hier gesneuveld maar in de grote regio hierrond. De stoffelijke overschotten werden van hun eerste begraafplaatsen naar hier overgebracht in een poging om de gedenkplaatsen wat te centraliseren en de landbouwactiviteiten te kunnen hernemen. Terug naar het begin van de wandeling met een van houten vlonders voorziene loopgracht, die echter een stuk ondieper is dan origineel, en waarbij de uitgegraven uitzichtpunten en schuilplaatsen ontbreken. Dat is echter bij de meeste slagvelden het geval, met uitzondering van dit bij het museumpje van de Anneau de la Mémoire, die dan ook een veel realistischer beeld geeft van de leefomstandigheden van de soldaten dan de met gras overgroeide “zachte” loopgraven op de meeste plaatsen. Het mooiste monument hier is echter dat van de Newfoundlanders in de vorm van een bronzen Kariboe op een rotspartij met onderaan de namen van de gesneuvelde soldaten gegraveerd in een herinneringsmuur. Zoals bij de andere war memorials, zijn het ook hier weer mensen van de respectievelijke landen die als gids en administratieve medewerker optreden, in dit geval dus Canadese studenten. Het is steeds weer even wennen om in het Engels aangesproken te worden, na nog een kort bezoekje aan het visitorcentre begeef ik me weer naar de camper en geniet daar van mijn lunch.

Afbeelding

Thiepval is het volgende bezoekje op de lijst, maar ik stop nog wel even aan het Britse Ancre kerkhof, waar opnieuw enkele duizenden Britten begraven liggen, en opnieuw velen waarvan de naam onbekend is en families dus nooit hebben van geweten waar hun geliefden begraven liggen. Een heel ontnuchterende gedachte. Thiepval begint met een bezoek aan het bezoekerscentrum (ik koop er ineens een combinatieticket voor het museum in Péronnne) waar ook hier weer uitgebreid ingegaan wordt op de plaatselijke situatie en het verloop van de gevechten. Doch hier ook heel wat aandacht voor wat er met de omringende dorpen gebeurde door de massale bombardementen en de Duitse tactiek van verbrande aarde bij terugtrekkingen, waarbij alles vernietigd werd, wat er maar vernietigd kon worden. Eigenlijk is het straf dat er afgezien van de kerkhoven en monumenten weinig meer van de oorlog te merken is aan de opnieuw opgebouwde dorpjes. Op enkele stukken kwam ik de voorgaande dagen nogal eens een bunker tegen (maar die staan er op enkele kilometer van mijn woonplaats ook nog) maar afgezien van een herdenkingszuil of een standbeeld op het dorpsplein lijkt de oorlog helemaal uit de dorpen verbannen te zijn.

Afbeelding

Het ganse bezoekerscentrum doorgewandeld, begeef ik mij naar de pompeuze herinneringsboog die gebouwd werd op de heuvel waar een Duitse stelling gelegen was die slechts met grote verliezen kon ingenomen worden. Op de enorme boog staan de namen gegraveerd van alle 72.000 vermiste Britten en Zuid-Afrikanen in de Somme regio. Bij sommigen duid een bronzen klaproosje (of Poppie in het Engels) aan, dat de persoon in kwestie alsnog werd gevonden en geïdentificeerd. Geen Arc de Triomph dus hier, maar eerder een Arc de Mémoire ter nagedachtenis van alle vermisten. Aan de voet ervan opnieuw talloze kruisjes en grafstenen waar het alleszeggende “Unknown” of “Inconnu” staat in gegraveerd, soms met de vermelding van het regiment als dit kon achterhaald worden (omdat er bijvoorbeeld maar één bepaald regiment op die plaats vocht). Werd het monument in eerste instantie opgericht in een zachte roze steen, de natuurelementen zorgden ervoor dat het tijdens de renovatie moest herbouwd worden in “hardere” rode steen (zowel qua uitstraling als de eigenheid van de bakstenen). Ik wandel terug naar de camper een trek weer verder. Ik merk dat ik bovendien nog een ander monument vergeten melden ben, namelijk de Ulster Tower, een herdenkingstoren voor de Ierse slachtoffers van deze wereldoorlog, die ik eerder op de dag nog tegen kwam. Een Iers koppel op terugweg naar hun Range Rover roept me toe “we like your car very much!” wanneer ik 100m verder bij het bijbehorende kerkhofje stop.

Afbeelding

Ik heb dan toch besloten om ook het Amerikaans kerkhof van de Somme bij Bony te bezoeken evenals het Historische oorlogsmuseum van Péronne dat gehuisvest is in een kasteel. Dat betekent 80km extra (40 heen en terug) vooraleer ik richting kust rijd. Bovendien verloopt het via smalle wegels tussen de velden met af en toe een dorpje waar het leven rustig verder kabbelt. En steeds weer de ommuurde strak ingerichte kerkhofjes die telkens opduiken en zo een contrast vormen met de burgerkerkhoven waar zelfs in de dood de verschillen tussen rijk en arm tot uiting komen in de zerken. Want dat is één ding dat je de militaire kerkhoven moet meegeven, officier of infanterist, allen hebben eenzelfde grafsteen, evenveel ruimte, en willekeurig door elkaar (of alfabetisch), zonder verschil in rang. Enig verschil dat er valt te merken zie ik op het Amerikaans kerkhof waar er naast de kruisjes ook enkele Davidsterren te zien zijn en op enkele Franse militaire kerkhoven zag ik ook islamitische geloofstekens. Het zal wel met de periode te maken hebben, maar blijkbaar werd er wel van uitgegaan, dat het allen “gelovigen” waren, ook de onbekende soldaten, want blijkbaar was er geen optie voorzien voor niet-gelovigen, het waren toen natuurlijk andere tijden, maar toch… .

Afbeelding

Bij het Amerikaans kerkhof vraagt een Amerikaanse militair me om de wagen niet op de parking te parkeren maar vooraan aan het kerkhof aan de kapel, met een smoesje dat de hoogte van de wagen de bomen op de oprit zou kunnen beschadigen (dat was dan rijkelijk laat, gezien ik zojuist de ganse oprit was afgereden en nu dus terug). Was hij soms bang dat de camper volgestouwd zou zijn met explosieven of zo? Van Amerikanen kan je natuurlijk alles verwachten, hij zag niet dat ik als weerwraak op het Amerikaanse kerkhof rondliep met mijn Ché Guevara petje op, nah! Voor één keer is het Amerikaanse monument, dat tevens de kapel-herinneringskamer is, niet bombastischer dan de andere monumenten, in tegendeel zelfs, alleen zijn de basreliëfs van geweren en een kanon, op de buitenmuren nu niet echt zo geschikt als een in memoriam. De gesneuvelden hier vielen eigenlijk erg dicht bij het einde van de 1e WO, namelijk in September 1918. Ik keer letterlijk een stuk op mijn route terug om dan af te slaan naar Péronne.

Afbeelding

De eerste burcht die ik in zicht krijg, blijkt niet de juiste, maar al gauw duikt de tweede op (moet toch ooit een vrij belangrijke plaats geweest zijn als je er 2 kastelen had!). Al gauw blijkt dat het oude kasteel slecht een omhulsel is van het hypermoderne museum dat het huisvest. Het gebouw in het skelet van de oude burcht opgericht is licht en luchtig en voorzien van tal van de laatste technologiesnufjes in de verschillende zalen. Echte artefacten worden afgewisseld met beelden en geluiden, in chronologische volgorde te beginnen met de dood van Franz Ferdinand tot het tekenen van het Verdrag van Versailles. Met spullen van vriend en vijand, zowel persoonlijk als uitrusting, propaganda posters en oproepingsberichten tot spotprenten en humor. Eén zaal geeft de etsen weer van een Duits soldaat die de verschrikking van de oorlog goe wist te vatten, zowel hier in Frans Vlaanderen als in onze contreien. Hij zag met grote tegenzin de bewapening- en agressiestrategie die zou uitmonden in WO 2 in Duitsland en zou er voor zijn kritische stem jaren in Duitse ballingschap moeten leven in eigen land.

Afbeelding

Na het bezoek van het museum is het hoog tijd om richting kust te rijden want het is al 18u en ik heb nog een goede 122km (via de gewone weg) of 135km via de (tol)snelweg af te malen. Via de normale wegen zou me dat 2u kosten, via de snelweg 1,5u. Wanneer ik besef dat ik via de gewone weg steden als Amiens en Abbeville door moet, is de keuze snel gemaakt en dus rijd ik de autosnelweg op. Een uur en drie kwartier later sta ik in Le Crotoy voor de camping Les Trois Sablières, aan de rand van een natuurreservaat dat overgaat in de duinen en het strand. Niet dat ik dat al zie, want ik heb nog juist de tijd om eten te bestellen in het restaurant, de (kleine) mosselen in wijnsaus met frietjes smaken me goed. De temperatuur hier aan de kust is toch merkbaar enkele graden minder.

Zaterdag 18 augustus

Afbeelding

Ook vanmorgen ziet het er niet naar uit dat het een zonnige dag gaat worden, jammer want aan zee is dat toch altijd een extraatje. Bovendien gaat het vandaag niet zozeer over bezichtigen als wel om van het landschap te genieten, en dat is toch net iets prettiger als de zon van de partij is. Ik rijd eerst een stuk verder zuidwaarts om het strand van Le Crotoy te zien en vervolgens naar Saint-Valery-sur-Somme waar het water echter ver af is en er vooral slikken schorren te zien zijn, blijkbaar is het nu laagtij. Aan de monding van de rivier is er wel water te zien, en met een vrij krachtige stroming zelfs, zo sterk dat enkele kajakkers er zich in vermaken. De bomenrijke esplanade hier is prettig druk, alleen mag je hier met de camper en andere voertuigen van meer dan 2m nergens parkeren. Ik veeg daar deftig mijn voeten aan en zet me naast de baan om enkele foto’s te trekken van de jachthaven en een toeristisch stoomtreintje dat staat te puffen en te hissen. Ongeveer tezelfdertijd zette we ons in beweging, waardoor ik 50m verder natuurlijk voor een overweg kom te staan. Ik rijd nog even verder langs de strandboulevard en draai dan terug. Le Crotoy laat ik nu links liggen en ik ga op weg naar Quentin-en-Tourmont. Onverwacht zie ik toch nog enkel oorlogskerkhoven opduiken, waarbij er eentje uitzonderlijk deel uitmaakt van het burgerlijke kerkhof van het dorpje.

Afbeelding

In Quentin-en-Tourmont wil ik het Parc du Marquenterre bezoeken, dat net zoals het Zwin in ons land, een ornithologisch park is met veel watervogels. Ik heb er keuze uit 3 wandelingen en ik ga voor deze van 4km. Van uit het bezoekerscentrum loopt het pad de heuvel op door het bos naar een eerste viewingplatform. Enkele jongedames die grote verrekijkers op statieven meezeulen en in donkergroene pakjes gekleed zijn, zijn gidsen van het park. Zij wijzen bezoekers waar er welke vogels te zien zijn. Op de kenmerkende landschappen van het park en hoe ze ontstaan zijn en behouden worden. Je kan desgevraagd hun telescoop ook lenen, al waren er ook verrekijkers beschikbaar bij de ticket verkoop. Het bezoek begint al goed met enkele eenden families op een ondiepe plas. Een zwanengezin schuilt halvelings in het riet, de kuikens zijn bijna zo groot als hun ouders, maar hebben nog hun bruine schutskleur. Toch zijn ze allang geen “lelijke eendjes” meer, hun koppen verdwijnen met grote regelmaat onder water om naar voedsel te zoeken.

Afbeelding

Onderweg zijn er regelmatig ook schuilhutten voorzien vanwaar je de vogels ongestoord kan observeren. IK zie kleine steltlopers, meerdere eendensoorten, witte en zwarte reigers en nog meer zwanen. Een witte lepelaar zwaait ritmisch met zijn lepelvormige snavel door het water om er zijn lunch uit te filteren. In de weilanden van het park grazen ook enkele paarden, die echter ver uit de buurt blijven. De meeste vogels zie ik aan de waterkant, op land in de graslanden is het bijna onmogelijk van de vogels te spotten. Eerst splitst de groene, korte wandeling zich af, en later ook de rode van 6km. Ik blijf de blauwe volgen en pluk af en toe een braambes. Op een eilandje in een riviertje zitten enkele Aalscholvers met hun zwarte vleugels wijd open om ze te laten drogen, na hun duiken achter voedsel. Al bij al is het stevige wandeling en zelfs de zon kom er wat door. Ik heb mijn eigen verrekijkertjes niet meegebracht voor dit lange weekend en had geen zin in een groot en zwaar geval rond mijn nek, die hier verhuurd worden. Toch miste ik het wel, vooral om de kleinere steltvogels te kunnen onderscheiden van elkaar. In de schuilhutten hangen daarvoor posters zo dat je steeds kan proberen van ze te identificeren. In de struiken en het riet klinkt regelmatig het gesjirp van kleinere zangvogeltjes, maar die krijg ik maar zelden te zien. En dan meestal nog in een scheervlucht als een zucht voorbijvliegend. Ik kom stilaan opnieuw bij het vertrekpunt aan, boven het bos draait een roofvogel eindeloze rondjes, spiedend naar een prooi. Bij de camper aangekomen besluit ik van hier ineens te eten, want het is ondertussen één uur geworden.

Afbeeldingupload pictures

De volgende bestemming ligt zo’n 35km verderop en de enige reden dat ik er een kijkje wil nemen is nostalgie, Le Touqet – Paris Plage is namelijk de eerste rit waar ik naartoe kwam met mijn Mazda pick-up, met de toen nog losse afzetunit. Ik rijd langs de strandboulevard waar het erg druk is en zo verder naar de jachthaven waar zich nog steeds de camperparking bevindt, de grootste verandering is de prijs die tegenwoordig 15 euro per 24 u kost, met elektriciteit, lozen en water nemen nog apart te betalen. De parking staat nu, zelfs in het hoogseizoen, dan ook niet volledig vol. Dat was die eerste keer wel anders en toen moesten we onze heil zoeken op de overloop parking aan de manege, waar ook nu veel campers staan. Het is me echter niet duidelijk of dat toeristen zijn dan wel deelnemers aan één of ander schietevenement dat er blijkbaar gehouden wordt. Om het plaatsje te verlaten is het filerijden en ook aan het tankstation is het aanschuiven om de tank vol te krijgen. Boulogne-sur-Mer laat ik links liggen wegens tijdsgebrek en de grootste attractie daar, Nausicaa, het zoutwater aquarium, bezocht ik trouwens al een keer. Verder dus naar Ambleteuse waar het Fort Mahon of Fort d’Ambleteuse te zien is, dat met zijn voeten in zee staat. Niet te verwarren met Fort Mahon Plage dat zo’n 50km zuidelijker ligt trouwens. Het is nog heel wat gedoe om de vesting te bereiken, want de straatjes er rond zijn niet toegelaten voor campers. De hemel is ondertussen helemaal dichtgetrokken met dikke grijze wolken en het waait hier ook stevig. Ik trek alvast een mouwloos vestje bij aan.

Afbeelding

Na het fort van 3 kanten bekeken te hebben (de vierde kant staat in het water), rijd ik verder naar les deux cap. Ik rijd daarbij voorbij het plaatselijke oorlogsmuseum, doch van WO 2 deze keer. Veel staat hier trouwens in het teken ven de 2e wereldoorlog gezien het deel uitmaakte van de Duitse Atlantic Wall, die van Spanje tot Noorwegen de kust moest beschermen tegen een Engelse invasie, en hier wegens de nabijheid van het Britse eiland extra zwaar uitgevoerd was. Ook op de Cap Griz Nez zijn de sporen daar nog van zichtbaar in de vorm van bunkers en het vuurtorencomplex, dat nu echter hypermodern en nog steeds actief is. Op deze Kaap kan ik nog met de camper terecht (tot 22u in de zomer, 19u de rest van het jaar) en neem ik de tijd om de 3 wandelingen op de vooruitstekende kaap te doen. De temperatuur en het weer zijn nu echter zo omgeslagen dat sandalen, short en T-shirt niet aangenaam meer zijn. Na de 17km naar Cap Blanc Nez afgelegd te hebben, besluit ik dan ook me wat warmer aan te kleden. Enige probleem is dat deze Kaap echter volledig de campers weert. Niet alleen is het overnachten niet meer toegelaten, ook de parking is niet meer toegankelijk wegens hoogtebaren van 2m10. Tegenover de parking loopt er een weg omhoog naar een restaurant en ik rijd daar naar boven. Hier staan reeds 2 campers (of het echter toegelaten is om hier te overnachten, is me niet duidelijk, misschien als je er gaat eten?), maar ik blijf er maar lang genoeg om me om te kleden, omdat ik er tegen op zie de steile klim nog een keer te voet te moeten afleggen na de wandeling op de Cap Blanc Nez.

Afbeelding

Ik parkeer mijn kleine camper tegenover de parking, waar de weg wat breder is door de afslag naar het restaurant. Hier staat de camper veilig genoeg tijdens mijn wandeling. Het omgeslagen weer zorgt ervoor dat ik er goed de pas in houd en niet erg lang op de kaap blijf. Nog jammerlijker is het voor het bruidspaar dat hier foto’s komt nemen met de bruid verkleumd in haar dunne witte bruidsjurk. Een foto met op de achtergrond de White Cliff’s of Dover zit er ook al niet in, want deze zijn onzichtbaar door de zware grijze bewolking, of hebben ze het ganse eiland misschien een eind verder in zee getrokken in het kader van de Brexit? Mij om het even, ik ga op zoek naar de laatste camping voor deze trip, want morgen keer ik huiswaarts. De eerste poging in Escalles, aan de voet van de kaap, loopt slecht af, want de camping is volzet. Maar in Sangatte lukt het evenwel nog om een plaats te bemachtigen op de camping des Noires Mottes. Ik heb geen zin om nog een wandeling naar het dorp te doen om een restaurant te zoeken en maak me een spaghetti klaar. Tot middernacht blijft een boer in de weer met machinerie op zijn veld en enkele eenden of ganzen willen ook niet vroeg gaan slapen.

Afbeelding

Zondag 19 augustus

Het weer is vanmorgen opnieuw beter, niet dat ik daar nog veel aan heb, gezien de reis nu huiswaarts gaat. Doch blijft het nog altijd leuker om in goede weersomstandigheden te rijden dan door de regen. Ik volg de kust via Grevelingen naar Calais en zo naar Duinkerke en de Belgische grens. Hoofdreden om hier niet langer rond te hangen en pas tegen de avond huiswaarts te keren, is vooral dat het met dit betere weer in de namiddag best wel een keer erg druk zou kunnen worden op de E40. Behalve de omheiningen op de aanrijroutes van de kanaaltunnel merk ik trouwens niets op van vluchtelingenproblemen, geen bidonvilles, tentenkampen, afgesloten snelwegparkings of zelfs maar verhoogde politie aanwezigheid. Ook de gevreesde files op de snelweg van Oostende richting Gent en Brussel blijven uit en zo ben ik rond de middag weer thuis na een welkom mid-weekendje er tussen uit.

Yohani :P
Eigen websites: Reiswebsite; http://www.yohani.be/reizen/ Zelfbouw camper; http://www.yohani.be/campersite/

Gebruikersavatar
Penguin
LROCB-Member
Berichten: 2897
Lid geworden op: vr 25 jul, 2003 13:32
lrocb_lidnr: 1396
Woonplaats: Hoele
Contacteer:

Re: Door Frans Vlaanderen en langs de Noordkust van Frankrijk

Ongelezen bericht door Penguin » zo 23 sep, 2018 08:44

Mercie!
28/02 - Loss of a good friend...
​__m__( ͡° ͜ʖ ͡°)__m__
Afbeelding
In a time of chimpanzees, I was a penguin.

Gebruikersavatar
Vogler
LROCB-Member
Berichten: 868
Lid geworden op: di 01 sep, 2015 18:41
lrocb_lidnr: 1395
Woonplaats: Brussel
Contacteer:

Re: Door Frans Vlaanderen en langs de Noordkust van Frankrijk

Ongelezen bericht door Vogler » di 25 sep, 2018 19:32

Merci Yohani, dat herinnert me er weer aan dat dit nog een groot gat in m'n cultuur is, want ik heb nog nooit een 14-18 tour gedaan. Die grote kerkhoven moeten behoorlijk aangrijpend zijn...
We hebben op de zondag na Marquenterre nog een wandeling gemaakt langs het strand van Berck, waar een reeks bunkers verloren en gekapseisd op het strand liggen. Nog meer getuigen van de schaal en absurditeit van die oorlogen...

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

groeten,

Joris
Antares Treadwell, een Chawton White 110 Td5 Hardtop van 2005.
Uitstoot gecompenseerd via vzw Carbon+alt+delete

Plaats reactie